zinnen (syntaxis)


monografieën

Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952
D.M. Bakker, De macht van het woord, 1988
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963
Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps', 1984-85
Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic', 1983
Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving', 1982
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954
C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst, 1892-1896
Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur', 1971-72
Teun Hoekstra, 'Small Clause Results', 1988
Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie', 1990
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands', 1979
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"', 1976-77
J. Koster, 'Dutch as an SOV Language', 1975
W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis, 1968
Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu, 1938
P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord', 1961
P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind', 1956
Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon, 1975
Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity', 1993
H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels', 1973-74
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica, 1973
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959

artikelen


Zinnen (syntaxis)

J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan (1952)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
D.M. Bakker en G.R.W. Dibbets, ‘Afdeling 1Grammatica’, ‘1. VoorgeschiedenisG.R.W. Dibbets’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977)
D.M. Bakker, De macht van het woord (1988)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie (1963)
Adriaan Beets, ‘Een als pronomen demonstrativum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Adriaan Beets, ‘Gaauwdiefs gramatica.Met een facsimilé.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps' (1984-85)
B. van den Berg, ‘Oratio pro domo.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
B. van den Berg, ‘Bijdragen tot de syntaxis van het Nederlands II’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
B. van den Berg, ‘Bijdragen tot de syntaxis van het Nederlands I’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic' (1983)
D. De Bleecker, M.J.M. de Haan, C. Kruyskamp en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Alied Blom, ‘Het woordje er in het tweede-taalonderwijs Alied Blom (Delft)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
H.B.A. Bockwinkel, ‘Over de faktor cliché-werking bij het gebruik van het voornaamwoord het.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
J.H. van den Bosch, ‘Hulpwerkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
A.C. Bouman, ‘Over ongemotiveerde inversie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
A.C. Bouman, ‘Syntaktiese groepen in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Pierre Brachin, ‘Of + inversie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Pierre Brachin, ‘Hoe meer... hoe meer... tòch een logische constructie?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Willem Gerard Brill, ‘Over eenige onpersoonlijke uitdrukkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Willem Gerard Brill, ‘Over het wezen van den zin.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
W. Bronzwaer, ‘Hoofdstuk 6 Poëzie en grammatica’ In: Lessen in lyriek (1993)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Grammaire raisonnée.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
P.J. Cosijn, ‘Smijnsdoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
P.J. Cosijn, ‘Het relatief bij Stoke,door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
H.K.J. Cowan, ‘Opmerkingen over Oudnederfrankische structurele grammatica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
N.A. Cramer, ‘Een eigenaardige woordschikking.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
B.C. Damsteegt, ‘Syntaktische verschijnselen in de taal van Antoni van Leeuwenhoek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
Jean Baptiste David, ‘Over een paer vraegstukken van taelkundigen aert.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Over het woord gansch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Iets over de verbuiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Over de constructie van bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Iets over den tweeden persoon van het enkelvoud.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘De verbuiging van enkele telwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
M.R. Dijkman, ‘Dat getob met onze termen!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
M.R. Dijkman, ‘Naamvalsbegrip bij een inspecteur en bij L.A. te Winkel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Bruce Donaldson, ‘Tijdsaanduiding in het Afrikaans Bruce Donaldson’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
F.G. Droste, ‘De structuur van de woordgroep in de zgn. accusativus-cum-infinitivo-constructie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
F.G. Droste, ‘Het temporele stelsel in het moderne Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
F.G. Droste, ‘Homonymie en identiteit van woord en moneem.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
F.G. Droste, ‘Over hoofdzin, bijzin en de complementeerder dat’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
A.M. Duinhoven, ‘Appositie bij ‘Appositionele NP's in het Nederlands’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
A.M. Duinhoven, ‘Over modaliteit gesproken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
A.M. Duinhoven, ‘A.M. DuinhovenHad gebeld!De irreële imperatief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995)
A.M. Duinhoven, ‘A.M. DuinhovenAard en plaats van de persoonsvorm’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Constant Duvillers, ‘Beklag en verontweerdigingwegens het verbannen, uit de tael, van het expletivum EN, by ontkenningen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en MaastrichtsofLa force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichtsof La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie VIntonatie en syntaxis 3’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie IIIIntonatie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie IVIntonatie en syntaxis 2’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.A. van Es, ‘De verplaatsing van den attributieven genitief in het Middelnederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
G.A. van Es, ‘Syntactische vormen van de concessieve modaliteit in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
G.A. van Es, ‘Principes en toepassing van de stilistische grammatica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
G.A. van Es, ‘Voegwoordelijke verbindingen ter uitdrukking van de conditionele (hypothetische) modaliteit in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
G.A. van Es, ‘Voegwoordelijke verbindingen voor de aspectische functies der simultaniteit in het Middelnederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
G.A. van Es, ‘Concurrenten van ‘doe’ en ‘als’ in de functie van aspectische voegwoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
G.A. van Es, ‘Concurrenten van ‘doe’ en ‘als’ in de functie van aspectische voegwoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
G.A. van Es, ‘Plaats en functie van de passieve constructie in het syntactisch systeem van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
G.A. van Es, ‘Plaats en functie van de passieve constructie in het syntactisch systeem van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
G.A. van Es, ‘Het aspect als syntactische functie(vervolg)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
G.A. van Es, ‘Het aspect als syntactische functie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
Johannes Franck, ‘Eine Bemerkung ueber nooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
W.P. Gerritsen, ‘Het pronomen Jeij in het Liedboekje van Marigen Remen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Jac. van Ginneken, ‘De kataloog van een taalmuseum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Jac. van Ginneken, ‘Feiten en dingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Jac. van Ginneken en G.S. Overdiep, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘De grondwet van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘De reeksen en cirkelgangen in het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘De organieke wetten van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 8]’, ‘Het woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘De Nederlandsche periodenbouw’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.W. de Groot, ‘De Nederlandse zinsintonatie in het licht der structurele taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving' (1982)
D. Haagman, ‘Subjekt en objekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
G.J. de Haan en Fred Weerman, ‘Ger J. de Haan - Fred WeermanTaaltypologie, taalverandering en mogelijke grammatica's: het Middelnederlandse ‘en’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
Reinhilde Haest, ‘Betekenis van de comparatief’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Paul van Hauwermeiren, ‘De weglaatbaarheid van het voorzetsel in situerende temporele bepalingen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
J. Heinsius, ‘Over verbindingen als tot barstens toe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Willem Lodewijk van Helten, ‘In dit of dat doende.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst (1892-1896)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘De zin als eenheid opgevat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Christiaan van Heule, ‘Het vierde Deel der Spraeckonst.’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur' (1971-72)
Teun Hoekstra, 'Small Clause Results' (1988)
Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie' (1990)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands' (1979)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘J.M. van der Horst en M.J. van der WalEen repliek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
J.M. van der Horst, ‘J.M. van der HorstVerkenning van onpersoonlijke constructies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
J.M. van der Horst, ‘J.M. van der Horstverkenning van onpersoonlijke constructies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Jan H. Hulstijn, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
A. Jager, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
Frank Jansen, ‘Fouten met naast’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
Theo A.J.M. Janssen, ‘Theo A.J.M. JanssenHet indirect object’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992)
C.G. Kaakebeen, ‘Over vergelijkingen en beknopte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Louise Kaiser, ‘Zinslengte’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
G. Karsten, ‘Hem en hun als onderwerp.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
H. Kern, ‘Bijdrage over de woorden veel en er.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Queckenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.H. Kern, ‘Een schijnbare ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"' (1976-77)
J. Klatter, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
Maarten Klein, ‘Appositionele NP's in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Zofia Klimaszewska, ‘Verbale fraseologie van het Nederlands Zofia Klimaszewska’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis (1968)
W.G. Klooster en H.J. Verkuyl, ‘De transformationele relatie tussen duren + specificerend complement en bepalingen van duurmeting’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
A. Kluijver, ‘Historische studie der syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
L. Koelmans, ‘Iets over de woordorde bij samengestelde predikaten in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
R.A. Kollewijn, ‘Het tegenstellende zinsverband in nevengeschikte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
R.A. Kollewijn, ‘Het systeem van de tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘We, je en ze als onbepaalde voornaamwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
R.A. Kollewijn, ‘Lijst van verschenen boeken:’, ‘Voorwerpen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
R.A. Kollewijn, ‘De naamval van het naamwoordelik deel van 't gezegde.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
J.A.M. Komen, ‘De uitzonderlijkheid van uitgezonderd’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
J. Kooistra, ‘Twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
J. Kooistra, ‘Nog eens ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
J. Koster, 'Dutch as an SOV Language' (1975)
W. Kramer, ‘Syntactische verschijnselen in het Lyrische vers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu (1938)
Etsko Kruisinga, ‘Onze persoonlike voornaamwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C. Kruyskamp, R. Lievens en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
Hendrik Martinus Labberté, ‘Werkwoorden, die voorheen eene andere vervoeging hadden dan tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Hendrik Martinus Labberté, ‘Taalgeslacht.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Robert Leclercq, ‘Valentie - Stiefkind in de Nederlandse taalkunde Robert Leclercq’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
Robert Leclercq, ‘Functies van tempusvormen in het Nederlands en het DuitsRobert Leclercq (Würzburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
P. Leendertz (jr.), ‘Over eenige genitiefbepalingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Ad Leerintveld, Marijke Meijer Drees, Olf Praamstra en Marijke J. van der Wal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Hubert Lemeire, ‘Vierde HoofdstukDe woordverbinding.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970)
W.W. van Lennep, ‘Eenige vragen betreffende de geslachten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Joh. A. Leopold, ‘Iets over aard en vorm van bijvoeglijke zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘VI. Vervoeging.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw)
Marleen Mertens, ‘Een contrastieve syntaxis Nederlands-Italiaans Marleen Mertens’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
Marleen Mertens, ‘Hoe zou Jan in Italië de kamer uit lopen / uitlopen?Marleen Mertens (Padua)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
L.C. Michels, ‘Verbindingen met deze’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
L.C. Michels, ‘Beny uw soon den hemel niet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
J.W. Muller, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
J.W. Muller, ‘Dezelve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
G.A. Nauta, ‘Hij is het gelukkigst en hij is de gelukkigste.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
M.A.F. Ostendorf, ‘De tangconstructie als syntactisch stramien’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.S. Overdiep, ‘Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium PraesentisI.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
G.S. Overdiep, ‘De studie der Nederlandsche syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium Praesentis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
G.S. Overdiep, ‘Gesproken taal en radio. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 3]’, ‘Gesproken taal en radio’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Inversie in Couperus' Iskander’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Het systeem der zinnen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie I’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Stilistische syntaxis en tekstverklaring’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Scheuren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Ieder meent zijn uil een valk te zijn’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Zinsvormen en woordvormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Stilistiek en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Over aspecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 6]’, ‘Inversie in den hoofdzin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Nog eens Leeuwenhoeck’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind' (1956)
P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord' (1961)
P.C. Paardekooper, ‘Die soep is me ál te zout’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
J. Pekelder, ‘Contrastieve taalkunde, tussentaal en pedagogische grammatica Jan Pekelder’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
Klaas Poll, ‘Hij en zij als substantieven.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
Klaas Poll, ‘Vallen = Zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon (1975)
Anton Reichling, ‘Bij het ‘Derde stuk’ van de ‘Zeventiende-eeuwsche Syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity' (1993)
H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels' (1973-74)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk IVWoordgroepsleer’, ‘De woordgroep’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)
H. Roose, ‘Nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
H. Roose, ‘Substantief plus substantief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Gerlach Royen, ‘Verbale grilligheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Gerlach Royen, ‘Ont-‘van’-de voorzetseluitdrukkingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Gerlach Royen, ‘Gekondenseerde voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Gerlach Royen, ‘Aanschouwelijkheidsdrang bij voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Gerlach Royen, ‘De ‘meervoudige’ pregenitief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
A. Sassen, ‘Over attributieve bepalingen die dat niet zijn (Samenvatting)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 1 (1983)
A. Sassen, ‘A. Sassen Revolutie in de Nederlandse syntaxis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990)
A.M. Schaerlaekens, ‘3 De vroeg-linguale periode(één jaar - twee en een half jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
M. Schönfeld, ‘Jespersen over syntaktiese onderscheiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
M. Schönfeld, ‘De objektsvorm van het pron. pers. 2de ps. als vokatief.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Pieter A.M. Seuren, ‘Het probleem van de woorddefinitie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord. (Vervolg van blz. 97.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Ph.J. Simons, ‘Bedrieglike elementen in ‘onze schoone moedertaal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Ph.J. Simons, ‘Perspektief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Ph.J. Simons, ‘Bij de zwakke plek van een technikus.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Ph.J. Simons, ‘Zinsysteem en ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Ph.J. Simons, ‘Anatomie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jan Gerrit Talen, ‘Over vorm en indeeling der werkwoorden. Wat toegepaste methodologie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleervan 't beschaafde Nederlands.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden.(Slot).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Tijs Terwey, ‘Onderwerps- of gezegdezinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Tijs Terwey, ‘Over de onderscheiding der partikels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘‘Tante Betje’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De zgn. parenthetische bepaling’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Casus in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Wat zijn Θ-rollen en waarom?Deel 1.’, ‘3 Het systeem van grammaticale personen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Wat zijn Θ-rollen en waarom?Deel II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Overtollige voegwoorden en de volgorde of + interrogativum/relativum’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 8]’, ‘Dialectstudie en syntaxisPrimitieve syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis.doen.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Syntaxis en tekstverklaring’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis:een overgangsklank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Syntaxis van ridderroman tot volksboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een paar belangrijke syntactische verschuivingen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De genitief als taalinstrument’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De aangesproken persoon.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De praedicatieve bepaling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De diensten van het bijwoord.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Iets over de ontleding van samengestelde volzinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Woorden die niet in een naamval staan.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over categorische en verkorte concessieve bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Het betrekkelijk voorn.w. dat.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over eene bepaling van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Lummel dat je bent’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Netty J.M. van Megen‘kost ghij selver leesen, ick meen ick soude u wel meer schrijven’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001)
M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica (1973)
M.C. van den Toorn, ‘Een beetje neerlandicus...’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
Pieter Valkhoff, ‘De dienstbaarheid van de moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J. Veering, ‘De duidelijke zin’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959)
J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. Verdam, ‘Mi liever.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
A.A. Verdenius, ‘Over het onbepaalde voornaamwoord (de, het) een of ander’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Verdenius, ‘Over de volgorde van twee verbonden infinitieven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
A.A. Verdenius, ‘Over onze vertrouwelijkheidspronomina en de daarbij behorende werkwoordsvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
A.A. Verdenius, ‘Imperatieven van het type niet lang te pruylen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Imperfectum met praesens-betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Bijzondere functies van inleidend en.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
A.A. Verdenius, ‘Een constructie met vooropgeplaatst praepositioneel object.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Linda Verstraten en Pyter Wagenaar, ‘Vaste verbindingen in corpora’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
A.J. Vervoorn, ‘IV. Syntaxis: de opbouw van de zin’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen? (Vervolg van blz. 96).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Een eigenaardige zeventiende-eeuwse constructie: ‘misschien’, gevolgd door een afhankelike vraag.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit de praktijk van de voornaamwoordelijke aanduiding. Een statistische bijdrage.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘De lotgevallen van het pronomen dezelve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
C.G.N. de Vooys, ‘V. De zin.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947)
C.G.N. de Vooys, ‘IV. De woordgroep’, ‘I. Het substantief als kern van een groep.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947)
C.G.N. de Vooys, ‘Losse aantekeningen over voornaamwoordelijke aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Iets over afwijkende ‘konstrukties’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over ontleding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Wobbe de Vries, ‘Kan bij onze collectiva het praedicaat meervoudig zijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Wobbe de Vries, ‘Analogiese praeteritum-vormen bij en naar verba met ou.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
A.A. Weijnen, ‘Fonetische en grammatische parallellen aan weerszijden van de taalgrens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.A. Weijnen, ‘Structuren van Nederlandse voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.A. Weijnen, ‘De structuur van de temporele laag van de voorzetselbetekenissen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.A. Weijnen, ‘De niet-dimensionele betekenislaag van de voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
Erik Wellander, ‘Over den datief als subject van een passieve constructie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
N. van Wijk, ‘Over eenige grammatische categorieën van het Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904)
N. van Wijk, ‘Zinsontleding en nieuwe spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
N. van Wijk, ‘Over woordafleiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
N. van Wijk, ‘Grammatika en woordvorming.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
N. van Wijk, ‘Klinker en medeklinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
J.E.K. van Wijnen, ‘De tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
L.A. te Winkel, ‘Over de causatieve werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over: dit doet in dezen niets af.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘De zoogenoemde stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord houden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord koopen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over het aantal naamvallen in het Nederlandsch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Nog iets over het begrip van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Iets over de adjectieven, die met ge beginnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Brief aan de redactie van het tijdschrift De Gids .’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Eenige grammatische hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
F.L. Zwaan, ‘Hooftiana IV’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Jan-Wouter Zwart, ‘Mengelingen’, ‘Niveaus van abstractie in de beschrijving van het Nederlands Door Dr. Jan-Wouter Zwart’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1996 (1996)