zinnen (syntaxis)monografieënJacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952 D.M. Bakker, De macht van het woord, 1988 Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963 Gunnar Bech, 'Über das niederländische Adverbialpronomen er', 1968 Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps', 1984-85 B. van den Berg, Enkele waarnemingen betreffende de zinsbouw in het Nederlands, 1962 Hans den Besten, 'On the Interaction of Root Transformations and Lexical Rules', 1989 Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic', 1983 Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel II. Leer van den volzin (syntaxis), 1852 Norbert Corver, 'The Internal Syntax of the Dutch Extended Adjectival Projection', 1997 Alied Blom en Saskia Daalder, 'De strukturele positie van reflexieve en reciproke pronomia', 1975-76 S.C. Dik, 'Isomorfisme als functioneel verklaringsprincipe', 1988 W. de Geest, 'Infinitiefconstructies bij Verba Sentiendi', 1975 L.A.H. Albering, Vergelijkend-syntactische studie van den Renout en het Volksboek der Heemskinderen, 1934 Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving', 1982 G.J. de Haan, 'Onafhankelijke PP-komplementen van nomina', 1978-79 Liliane Haegeman en H.C. van Riemsdijk, 'Verb Projection Raising, Scope, and the Typology of Rules Affecting Verbs', 1986 C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954 C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst, 1892-1896 Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur', 1971-72 Teun Hoekstra, 'Small Clause Results', 1988 Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie', 1990 J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands', 1979 Frank Jansen, Syntaktische konstrukties in gesproken taal, 1981 Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel, 1723 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel, 1723 Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"', 1976-77 Maarten Klein, 'Anaforische relaties in het Nederlands', 1980 W.G. Klooster, 'Reductie in zinnen met "maatconstituenten"', 1971 L. Koelmans, 'Iets over de woordorde bij samengestelde predikaten in het Nederlands', 1965 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 J.G. Kooij, Aspekten van woordvolgorde in het Nederlands, 1978 J. Koster, 'Dutch as an SOV Language', 1975 J. Koster, 'Het werkwoord als spiegelcentrum', 1973-74 W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis, 1968 Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu, 1938 P.J. Merckens, 'Zijn dat kooplieden of zijn kooplieden dat?', 1961 P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord', 1961 P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind', 1956 A. Pauwels, De plaats van het hulpwerkwoord, verleden deelwoord en infinitief in de Nederlandse bijzin, 1953 Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon, 1975 Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity', 1993 H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels', 1973-74 M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands, 1921 F.A. Stoett, Middelnederlandsche spraakkunst. Syntaxis, 1889 Jan Stroop, 'Systeem in gesproken werkwoordsgroepen', 1983 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica, 1973 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 Wobbe de Vries, 'Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis, I. Usurpaties', 1910 Erik Wellander, 'Over den datief als subject van een passieve constructie', 1920 F. Zwarts, 'Extractie uit prepositionele woordgroepen in het Nederlands', 1978 artikelenZinnen (syntaxis)J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) L.A.H. Albering, Vergelijkend-syntactische studie van den Renout en het Volksboek der Heemskinderen (1934)
Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan (1952)
Mona Arfs, ‘Rood of groen? De interne woordvolgorde in tweeledige werkwoordelijke eindgroepen in Nederlandse bijzinnenMona Arfs (Göteborg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) D.M. Bakker en G.R.W. Dibbets, ‘Afdeling 1Grammatica’, ‘1. VoorgeschiedenisG.R.W. Dibbets’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977) D.M. Bakker, De macht van het woord (1988)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie (1963)
Gunnar Bech, 'Über das niederländische Adverbialpronomen er' (1968)
Adriaan Beets, ‘Een als pronomen demonstrativum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Adriaan Beets, ‘Gaauwdiefs gramatica.Met een facsimilé.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps' (1984-85)
B. van den Berg, ‘Oratio pro domo.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) B. van den Berg, Enkele waarnemingen betreffende de zinsbouw in het Nederlands (1962)
B. van den Berg, ‘Bijdragen tot de syntaxis van het Nederlands II’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) B. van den Berg, ‘Bijdragen tot de syntaxis van het Nederlands I’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic' (1983)
Hans den Besten, 'On the Interaction of Root Transformations and Lexical Rules' (1989)
D. De Bleecker, M.J.M. de Haan, C. Kruyskamp en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) Alied Blom en Saskia Daalder, 'De strukturele positie van reflexieve en reciproke pronomia' (1975-76)
Alied Blom, ‘Het woordje er in het tweede-taalonderwijs Alied Blom (Delft)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) H.B.A. Bockwinkel, ‘Over de faktor cliché-werking bij het gebruik van het voornaamwoord het.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) J.H. van den Bosch, ‘Hulpwerkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) A.C. Bouman, ‘Over ongemotiveerde inversie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) A.C. Bouman, ‘Syntaktiese groepen in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Pierre Brachin, ‘Of + inversie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Pierre Brachin, ‘Hoe meer... hoe meer... tòch een logische constructie?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel II. Leer van den volzin (syntaxis) (1852)
Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Willem Gerard Brill, ‘Over eenige onpersoonlijke uitdrukkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Willem Gerard Brill, ‘Over het wezen van den zin.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
C. Broeder, ‘2. Lezingen’, ‘Expletief er en de interpretatie van onbepaalde subjecten mw. drs. C. Broeder’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) W. Bronzwaer, ‘Hoofdstuk 6 Poëzie en grammatica’ In: Lessen in lyriek (1993) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Grammaire raisonnée.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) A. Cambier, Pierre Godin, Maurits van Overbeke en Marc Piwnik, ‘Leermiddelen’, ‘Een ‘e-syntaxis’ van het Nederlands: http://www.ilv.ucl.ac.be/gramlink-nl/syntaxis/index.htm P. Godin, A. Cambler, M. Piwnik en M. Van Overbeke’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Timothy Colleman, ‘Contrasten in taal’, ‘Argumentstructuur-constructies in het Nederlands, het Frans en het Engels: een contrastieve case studyTimothy Colleman en Magda Devos (Gent)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) C.J. Conradie, ‘Werkwoordsclusters in contrast: het Nederlands en het AfrikaansC. Jac Conradie (Johannesburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Norbert Corver, 'The Internal Syntax of the Dutch Extended Adjectival Projection' (1997)
P.J. Cosijn, ‘Smijnsdoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) P.J. Cosijn, ‘Het relatief bij Stoke,door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H.K.J. Cowan, ‘Opmerkingen over Oudnederfrankische structurele grammatica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) N.A. Cramer, ‘Een eigenaardige woordschikking.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) B.C. Damsteegt, ‘Syntaktische verschijnselen in de taal van Antoni van Leeuwenhoek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) Jean Baptiste David, ‘Over een paer vraegstukken van taelkundigen aert.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Over het woord gansch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘Iets over de verbuiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘Over de constructie van bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Iets over den tweeden persoon van het enkelvoud.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘De verbuiging van enkele telwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) M.R. Dijkman, ‘Dat getob met onze termen!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) M.R. Dijkman, ‘Naamvalsbegrip bij een inspecteur en bij L.A. te Winkel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) S.C. Dik, 'Isomorfisme als functioneel verklaringsprincipe' (1988)
Bruce Donaldson, ‘Tijdsaanduiding in het Afrikaans Bruce Donaldson’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) F.G. Droste, ‘De structuur van de woordgroep in de zgn. accusativus-cum-infinitivo-constructie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) F.G. Droste, ‘Het temporele stelsel in het moderne Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) F.G. Droste, ‘Homonymie en identiteit van woord en moneem.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) F.G. Droste, ‘Over hoofdzin, bijzin en de complementeerder dat’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) A.M. Duinhoven, ‘Appositie bij ‘Appositionele NP's in het Nederlands’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) A.M. Duinhoven, ‘Over modaliteit gesproken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) A.M. Duinhoven, ‘A.M. DuinhovenHad gebeld!De irreële imperatief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995) A.M. Duinhoven, ‘A.M. DuinhovenAard en plaats van de persoonsvorm’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Constant Duvillers, ‘Beklag en verontweerdigingwegens het verbannen, uit de tael, van het expletivum EN, by ontkenningen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) Heinz Eickmans, ‘Didactische problemen bij het werken met Nederlandse leerboeken in het onderwijs Nederlandse taalkunde extra muros H. Eickmans’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en MaastrichtsofLa force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichtsof La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie VIntonatie en syntaxis 3’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie IIIIntonatie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie IVIntonatie en syntaxis 2’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.A. van Es, ‘De verplaatsing van den attributieven genitief in het Middelnederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) G.A. van Es, ‘Syntactische vormen van de concessieve modaliteit in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) G.A. van Es, ‘Principes en toepassing van de stilistische grammatica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) G.A. van Es, ‘Voegwoordelijke verbindingen ter uitdrukking van de conditionele (hypothetische) modaliteit in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) G.A. van Es, ‘Voegwoordelijke verbindingen voor de aspectische functies der simultaniteit in het Middelnederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954) G.A. van Es, ‘Voegwoordelijke verbindingen met doe en als ter uitdrukking van de aspectische functie der progressiviteit in het Middelnederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) G.A. van Es, ‘Concurrenten van ‘doe’ en ‘als’ in de functie van aspectische voegwoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) G.A. van Es, ‘Concurrenten van ‘doe’ en ‘als’ in de functie van aspectische voegwoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) G.A. van Es, ‘Plaats en functie van de passieve constructie in het syntactisch systeem van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) G.A. van Es, ‘Plaats en functie van de passieve constructie in het syntactisch systeem van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) G.A. van Es, ‘Het aspect als syntactische functie(vervolg)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) G.A. van Es, ‘Het aspect als syntactische functie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Ad Foolen, ‘‘Typical Dutch noises with no particular meaning’: Modale partikels als leerprobleem in het onderwijs Nederlands als vreemde taal drs. A.P. Foolen’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Johannes Franck, ‘Eine Bemerkung ueber nooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) W. de Geest, 'Infinitiefconstructies bij Verba Sentiendi' (1975)
W.P. Gerritsen, ‘Het pronomen Jeij in het Liedboekje van Marigen Remen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Jac. van Ginneken, ‘De kataloog van een taalmuseum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Jac. van Ginneken, ‘Feiten en dingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Jac. van Ginneken en G.S. Overdiep, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘De grondwet van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘De reeksen en cirkelgangen in het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘De organieke wetten van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 8]’, ‘Het woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘De Nederlandsche periodenbouw’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.W. de Groot, ‘De Nederlandse zinsintonatie in het licht der structurele taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving' (1982)
D. Haagman, ‘Subjekt en objekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) G.J. de Haan, 'Onafhankelijke PP-komplementen van nomina' (1978-79)
G.J. de Haan en Fred Weerman, ‘Ger J. de Haan - Fred WeermanTaaltypologie, taalverandering en mogelijke grammatica's: het Middelnederlandse ‘en’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984) Liliane Haegeman en H.C. van Riemsdijk, 'Verb Projection Raising, Scope, and the Typology of Rules Affecting Verbs' (1986)
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
Reinhilde Haest, ‘Betekenis van de comparatief’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Paul van Hauwermeiren, ‘De weglaatbaarheid van het voorzetsel in situerende temporele bepalingen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) J. Heinsius, ‘Over verbindingen als tot barstens toe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Willem Lodewijk van Helten, ‘In dit of dat doende.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst (1892-1896)
D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905) D.C. Hesseling, ‘De zin als eenheid opgevat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Christiaan van Heule, ‘Het vierde Deel der Spraeckonst.’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626) Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur' (1971-72)
Teun Hoekstra, 'Small Clause Results' (1988)
Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie' (1990)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands' (1979)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘J.M. van der Horst en M.J. van der WalEen repliek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984) J.M. van der Horst, ‘J.M. van der HorstVerkenning van onpersoonlijke constructies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) J.M. van der Horst, ‘J.M. van der Horstverkenning van onpersoonlijke constructies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Jan H. Hulstijn, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) A. Jager, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Frank Jansen, Syntaktische konstrukties in gesproken taal (1981)
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
Frank Jansen, ‘Fouten met naast’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) Theo A.J.M. Janssen, ‘Theo A.J.M. JanssenHet indirect object’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992) Theo A.J.M. Janssen, ‘Taalkunde en taalverwerving’, ‘Het begin van de zin, in functioneel perspectief Theo Janssen (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997) Peter Jordens, ‘Taaldidactiek’, ‘Talen kun je leren: Theorie en praktijk Peter Jordens (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) C.G. Kaakebeen, ‘Over vergelijkingen en beknopte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Louise Kaiser, ‘Zinslengte’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Daniël van Kalken, ‘Voorbeelden van een verouderde vervoeging der thans in gebruik zijnde werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) G. Karsten, ‘Hem en hun als onderwerp.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel (1723)
Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (1723)
H. Kern, ‘Bijdrage over de woorden veel en er.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Queckenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.H. Kern, ‘Een schijnbare ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"' (1976-77)
Robert S. Kirsner, ‘De rol van de directe vergelijking van het Nederlandse en het Engelse tijdssysteem bij het onderwijs aan Engelstaligen door Prof. Dr. Robert S. Kirsner University of California at Los Angeles’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976) J. Klatter, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) Maarten Klein, ‘Appositionele NP's in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Maarten Klein, 'Anaforische relaties in het Nederlands' (1980)
Zofia Klimaszewska, ‘Verbale fraseologie van het Nederlands Zofia Klimaszewska’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Zofia Klimaszewska, ‘Fraseologie’, ‘Fraseologie en het onderwijs Nederlands als Vreemde Taal Zofia Klimaszewska (Warschau)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis (1968)
W.G. Klooster en H.J. Verkuyl, ‘De transformationele relatie tussen duren + specificerend complement en bepalingen van duurmeting’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) W.G. Klooster, 'Reductie in zinnen met "maatconstituenten"' (1971)
A. Kluijver, ‘Historische studie der syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) L. Koelmans, ‘Iets over de woordorde bij samengestelde predikaten in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) L. Koelmans, 'Iets over de woordorde bij samengestelde predikaten in het Nederlands' (1965)
A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1649)
R.A. Kollewijn, ‘Het tegenstellende zinsverband in nevengeschikte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) R.A. Kollewijn, ‘Het systeem van de tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘We, je en ze als onbepaalde voornaamwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) R.A. Kollewijn, ‘Lijst van verschenen boeken:’, ‘Voorwerpen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) R.A. Kollewijn, ‘De naamval van het naamwoordelik deel van 't gezegde.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) J.A.M. Komen, ‘De uitzonderlijkheid van uitgezonderd’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) J.G. Kooij, ‘Vergadering III Dinsdag 28 augustus 1973 9.00 uur’, ‘Jan vraagt Piet als Jan Piet ziet, of: hoe leg ik woordvolgorde uit? door prof. dr. J.G. Kooij Rijksuniversiteit Leiden’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976) J.G. Kooij, Aspekten van woordvolgorde in het Nederlands (1978)
J. Kooistra, ‘Twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) J. Kooistra, ‘Nog eens ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) J. Koster, 'Het werkwoord als spiegelcentrum' (1973-74)
J. Koster, 'Dutch as an SOV Language' (1975)
W. Kramer, ‘Syntactische verschijnselen in het Lyrische vers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu (1938)
Etsko Kruisinga, ‘Onze persoonlike voornaamwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C. Kruyskamp, R. Lievens en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) N. van der Laan, ‘De teorie van het naamwoordelik gezegde. In dankbare herinnering aan prof. dr. F.A. Stoett, bij zijn aftreden als hoogleraar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) Hendrik Martinus Labberté, ‘Werkwoorden, die voorheen eene andere vervoeging hadden dan tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Hendrik Martinus Labberté, ‘Taalgeslacht.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Robert Leclercq, ‘Valentie - Stiefkind in de Nederlandse taalkunde Robert Leclercq’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Robert Leclercq, ‘Functies van tempusvormen in het Nederlands en het DuitsRobert Leclercq (Würzburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) P. Leendertz (jr.), ‘Over eenige genitiefbepalingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Ad Leerintveld, Marijke Meijer Drees, Olf Praamstra en Marijke J. van der Wal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) Hubert Lemeire, ‘Vierde HoofdstukDe woordverbinding.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970) W.W. van Lennep, ‘Eenige vragen betreffende de geslachten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Joh. A. Leopold, ‘Iets over aard en vorm van bijvoeglijke zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) anoniem Limburgse sermoenen, ‘VI. Vervoeging.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw) P.J. Merckens, 'Zijn dat kooplieden of zijn kooplieden dat?' (1961)
Marleen Mertens, ‘Een contrastieve syntaxis Nederlands-Italiaans Marleen Mertens’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Marleen Mertens, ‘Hoe zou Jan in Italië de kamer uit lopen / uitlopen?Marleen Mertens (Padua)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) L.C. Michels, ‘Verbindingen met deze’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) L.C. Michels, ‘Beny uw soon den hemel niet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) Erzsébet Mollay, ‘De verhouding tussen fraseologismen en idiomatische composita: Een stiefkind in de taalkunde Erzsebet Mollay (Budapest)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) J.W. Muller, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.W. Muller, ‘Dezelve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) G.A. Nauta, ‘Hij is het gelukkigst en hij is de gelukkigste.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) M.A.F. Ostendorf, ‘De tangconstructie als syntactisch stramien’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) G.S. Overdiep, ‘Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium PraesentisI.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) G.S. Overdiep, ‘De studie der Nederlandsche syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium Praesentis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) G.S. Overdiep, ‘Gesproken taal en radio. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘[Nummer 3]’, ‘Gesproken taal en radio’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Inversie in Couperus' Iskander’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Het systeem der zinnen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie I’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Stilistische syntaxis en tekstverklaring’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Scheuren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Ieder meent zijn uil een valk te zijn’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Zinsvormen en woordvormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Stilistiek en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘Over aspecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘[Nummer 6]’, ‘Inversie in den hoofdzin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘Nog eens Leeuwenhoeck’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind' (1956)
P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord' (1961)
P.C. Paardekooper, ‘Die soep is me ál te zout’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) A. Pauwels, De plaats van het hulpwerkwoord, verleden deelwoord en infinitief in de Nederlandse bijzin (1953)
J. Pekelder, ‘Contrastieve taalkunde, tussentaal en pedagogische grammatica Jan Pekelder’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Klaas Poll, ‘Hij en zij als substantieven.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Klaas Poll, ‘Vallen = Zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon (1975)
Laurent Rasier, ‘Functionele en contrastieve aspecten van de woordvolgorde. Focusmarkering in het Frans en in het NederlandsLaurent Rasier (Louvain-la-Neuve)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Anton Reichling, ‘Bij het ‘Derde stuk’ van de ‘Zeventiende-eeuwsche Syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity' (1993)
H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels' (1973-74)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk IVWoordgroepsleer’, ‘De woordgroep’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967) H. Roose, ‘Nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) H. Roose, ‘Substantief plus substantief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Gerlach Royen, ‘Verbale grilligheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) Gerlach Royen, ‘Ont-‘van’-de voorzetseluitdrukkingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Gerlach Royen, ‘Gekondenseerde voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Gerlach Royen, ‘Aanschouwelijkheidsdrang bij voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Gerlach Royen, ‘De ‘meervoudige’ pregenitief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) A. Sassen, ‘Over attributieve bepalingen die dat niet zijn (Samenvatting)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 1 (1983) A. Sassen, ‘A. Sassen Revolutie in de Nederlandse syntaxis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990) A.M. Schaerlaekens, ‘3 De vroeg-linguale periode(één jaar - twee en een half jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands (1921)
M. Schönfeld, ‘Jespersen over syntaktiese onderscheiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) M. Schönfeld, ‘De objektsvorm van het pron. pers. 2de ps. als vokatief.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) H. Schultink, ‘Moderne Nederlandse grammatica en internationale taalwetenschap door Prof. Dr. H. Schultink Rijksuniversiteit Utrecht’ In: Colloquium Neerlandicum 4 (1970) (1973) Pieter A.M. Seuren, ‘Het probleem van de woorddefinitie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966) Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord. (Vervolg van blz. 97.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding. (Vervolg van blz. 40.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ph.J. Simons, ‘Bedrieglike elementen in ‘onze schoone moedertaal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Ph.J. Simons, ‘Perspektief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Ph.J. Simons, ‘Bij de zwakke plek van een technikus.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Ph.J. Simons, ‘Zinsysteem en ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Ph.J. Simons, ‘Anatomie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) Ph.J. Simons, ‘Waar het om gaat. (Voorzetsel, genitief en zin; schoonheid, duidelijkheid en kracht). Leidsche Bijdragen voor Opvoedkunde en Zielkunde onder redactie van R. Casimir en A.J. De Sopper. I De Moedertaal en het Gymnasium, door Dr. J.W. Muller.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) F.A. Stoett, Middelnederlandsche spraakkunst. Syntaxis (1889)
F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) Jan Stroop, 'Systeem in gesproken werkwoordsgroepen' (1983)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Jan Gerrit Talen, ‘Over vorm en indeeling der werkwoorden. Wat toegepaste methodologie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleervan 't beschaafde Nederlands.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden.(Slot).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Tijs Terwey, ‘Onderwerps- of gezegdezinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Tijs Terwey, ‘Over de zoogenaamde bijzinnen met of, die met een' ontkennenden hoofdzin in verband staan.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Tijs Terwey, ‘Over de onderscheiding der partikels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘‘Tante Betje’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De zgn. parenthetische bepaling’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Casus in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Wat zijn Î-rollen en waarom?Deel 1.’, ‘3 Het systeem van grammaticale personen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Wat zijn Î-rollen en waarom?Deel II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Overtollige voegwoorden en de volgorde of + interrogativum/relativum’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 8]’, ‘Dialectstudie en syntaxisPrimitieve syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis.doen.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Syntaxis en tekstverklaring’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 6]’, ‘Dialectstudie en syntaxisnegatie en andere syntactische vormen in de Gentsche volkstaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis:een overgangsklank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Syntaxis van ridderroman tot volksboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een paar belangrijke syntactische verschuivingen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De genitief als taalinstrument’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De aangesproken persoon.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De praedicatieve bepaling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De diensten van het bijwoord.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Iets over de ontleding van samengestelde volzinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Woorden die niet in een naamval staan.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over categorische en verkorte concessieve bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Het betrekkelijk voorn.w. dat.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over de uitdrukkingen ter goeder trouw, ter goeder ure, ten mijnen huize, ter dezer plaatse.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over eene bepaling van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Lummel dat je bent’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Netty J.M. van Megen‘kost ghij selver leesen, ick meen ick soude u wel meer schrijven’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Syntaxis, of Woordvoeging der Nederduitsche taal, uitgegeven door de Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen. Te Leyden, Deventer en Groningen, bij D. du Mottier en Zoon, J.H. de Lange en J. Oomkens. 1810. VIII en 95 bladz. In kl. 8vo.f :-5-8’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1812 (1812) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Syntaxis der Grieksche taal, hoofdzakelijk voor het Attische taaleigen, voor scholen, door Dr. J.N. Madvig, vertaald door Dr. W.G. Pluygers. Te Amsterdam, bij J.C.A. Sulpke. 1849. In gr. 8vo. 334 bl. f 3-:’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1850 (1850) M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica (1973)
M.C. van den Toorn, ‘Een beetje neerlandicus...’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
Pieter Valkhoff, ‘De dienstbaarheid van de moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J. Veering, ‘De duidelijke zin’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959) J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. Verdam, ‘Mi liever.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) A.A. Verdenius, ‘Over het onbepaalde voornaamwoord (de, het) een of ander’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Verdenius, ‘Over de volgorde van twee verbonden infinitieven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) A.A. Verdenius, ‘Over onze vertrouwelijkheidspronomina en de daarbij behorende werkwoordsvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) A.A. Verdenius, ‘Imperatieven van het type niet lang te pruylen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Imperfectum met praesens-betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Bijzondere functies van inleidend en.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) A.A. Verdenius, ‘Een constructie met vooropgeplaatst praepositioneel object.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Linda Verstraten en Pyter Wagenaar, ‘Vaste verbindingen in corpora’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) A.J. Vervoorn, ‘IV. Syntaxis: de opbouw van de zin’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977) J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen? (Vervolg van blz. 96).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Een eigenaardige zeventiende-eeuwse constructie: ‘misschien’, gevolgd door een afhankelike vraag.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) C.G.N. de Vooys, ‘De voornaamwoordelijke aanduiding en vervanging. Dr. Gerlach Royen: Pronominale problemen in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) C.G.N. de Vooys, ‘Uit de praktijk van de voornaamwoordelijke aanduiding. Een statistische bijdrage.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, ‘De lotgevallen van het pronomen dezelve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) C.G.N. de Vooys, ‘V. De zin.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) C.G.N. de Vooys, ‘IV. De woordgroep’, ‘I. Het substantief als kern van een groep.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) C.G.N. de Vooys, ‘Losse aantekeningen over voornaamwoordelijke aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Wobbe de Vries, 'Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis, I. Usurpaties' (1910)
Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Wobbe de Vries, ‘Iets over afwijkende ‘konstrukties’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over ontleding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Wobbe de Vries, ‘Kan bij onze collectiva het praedicaat meervoudig zijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Wobbe de Vries, ‘Analogiese praeteritum-vormen bij en naar verba met ou.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) A.A. Weijnen, ‘Fonetische en grammatische parallellen aan weerszijden van de taalgrens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.A. Weijnen, ‘Structuren van Nederlandse voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.A. Weijnen, ‘De structuur van de temporele laag van de voorzetselbetekenissen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.A. Weijnen, ‘De niet-dimensionele betekenislaag van de voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) Erik Wellander, ‘Over den datief als subject van een passieve constructie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Erik Wellander, 'Over den datief als subject van een passieve constructie' (1920)
N. van Wijk, ‘Over eenige grammatische categorieën van het Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904) N. van Wijk, ‘Zinsontleding en nieuwe spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) N. van Wijk, ‘Over woordafleiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) N. van Wijk, ‘Grammatika en woordvorming.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘Klinker en medeklinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) R. Wijkman, ‘Allerlei beschouwingen rondom eenzelfde stukje taal. (Persoonl. voornaamw. Psyche. Taalinzicht.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) J.E.K. van Wijnen, ‘De tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) L.A. te Winkel, ‘Over de causatieve werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over: dit doet in dezen niets af.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘De zoogenoemde stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord houden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord koopen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over de noodzakelijkheid der toepassing van de stelling: een woord staat onmiddellijk alleen in betrekking tot eene voorstelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Over het aantal naamvallen in het Nederlandsch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Nog iets over het begrip van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Iets over de adjectieven, die met ge beginnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Brief aan de redactie van het tijdschrift De Gids .’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Eenige grammatische hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
F.L. Zwaan, ‘Hooftiana IV’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Jan-Wouter Zwart, ‘Mengelingen’, ‘Niveaus van abstractie in de beschrijving van het Nederlands Door Dr. Jan-Wouter Zwart’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1996 (1996) F. Zwarts, 'Extractie uit prepositionele woordgroepen in het Nederlands' (1978)
|