normen


monografieën

Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y, 1998
Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- & letterkunde, 1981
Charivarius, Is dat goed Nederlands?, 1940
J.P. Guépin, De beschaving, 1983
H.M. Hermkens, Verzorgd Nederlands, 1966
Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie, 1581
Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands, 1983
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971
Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst, 1865
Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst, 1706
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941
Els Ruijsendaal, Letterkonst, 1991
Jacob van der Schuere, Nederduytsche spellinge, 1612
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956
P. Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805

artikelen


Normen

J. Mathijs Acket, ‘Proeve van een les in de beeldspraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
J. Mathijs Acket, ‘Spelling en stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
Th.H. d' Angremond, ‘Partij als onbepaald telwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
J. van der Baan, ‘Vrij = zeer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Constantinus Bake, ‘Bedrijvende en lijdende vorm.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie (1963)
B. van den Berg, D.C. Tinbergen en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
Renée van Bezooijen en Marinel Gerritsen, ‘De uitspraak van uitheemse woorden in het Standaard-Nederlands: een verkennende studie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
Edgard Blancquaert, ‘Voor een fonetiese beschrijving van het modern Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Jan Blokker, ‘Spellen’ In: Ben ik eigenlijk wel links genoeg? (1974)
Jan Blokker, ‘Vraaggesprek’ In: Ben ik eigenlijk wel links genoeg? (1974)
H.B.A. Bockwinkel, ‘Over de faktor cliché-werking bij het gebruik van het voornaamwoord het.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
Adrianus Bogaers, ‘Bestemmen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Adrianus Bogaers, ‘Bedenkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Adrianus Bogaers, ‘Kindsheid of kindschheid?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, ‘KINDSHEID OF KINDSCHHEID?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
A.P. de Bont, ‘Buiten, tegen, voorbij: drie gelijkbetekenende voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
A.P. de Bont, ‘Nog eens: (van) heinde (en ver)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y (1998)
Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie.Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D.Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.H. van den Bosch en R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling.(Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 25 April.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling.(Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 14 Maart.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
J.H. van den Bosch, ‘Over interpunksie; grondtrekken voor het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 75).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 38).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J.H. van den Bosch, ‘‘Hij’ en ‘ie’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid en taaluniformisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Menno ter Braak, ‘Buigings-n en ‘cultuurbezit’’ In: Verzameld werk. Deel 4 (1951)
Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- & letterkunde (1981)
Gerard Brom, ‘Aanspeeekvormen in het midden van de negentiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Gerard Brom, ‘Liggen en leggen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.C. de Bruin, G.A. van Es, C. Kruyskamp en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.C.Over spelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Over spreek- en schrijftaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Onze spreektaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Handboek van vreemde woorden, uitdrukkingen enz.Door L.M. Baale en Mr. Dr. C.H. Baale.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
Charivarius, Is dat goed Nederlands? (1940)
Isaäc da Costa, ‘Bilderdijk over ‘taal en klank’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Jan Craeynest, ‘Nog een woord over Zich.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
N.A. Cramer, ‘Een wijze van woordvorming.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
J.H. van Dale, ‘Aardsch- of aardsgezind?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Taalsnippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
C.F.A. van Dam, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
Jan Daman, ‘De naamvals-N bij een Zuidnederlands schrijver.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Jean Baptiste David, ‘Over de Bilderdyksche afwykingen van het gewoon schryfgebruyk in Holland.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Jean Baptiste David, ‘Over de regelmatigheyd in de spelling by de oude Nederduytsche schryvers.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Jean Baptiste David, ‘Over de regelmatigheid in de spelling, by de oude Nederduitsche schryvers.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
T.D. Detmers, ‘Waarom nog niet algemeen aangenomen?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
J.A. van Dijk, ‘De uitdrukking als het ware.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Het achtervoegsel aard .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Te allen tijde.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Over het woord gansch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Zamen of samen?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Iets over de verbuiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Over de constructie van bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘De spelling van het Nederlandsch woordenboek.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘De verbuiging van enkele telwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘De spelling en het lager onderwijs.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, ‘Wijste of wijsste?’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, ‘De vier eerste.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
F.C. Driessen, ‘Imperativus voor praeteritum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
G.G. Ellerbroek, ‘Modern purisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
H.J.E. Endepols, ‘Het pronomen Doe te Maastricht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
G. Engels, ‘De aanspreekvormen in het midden van de negentiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Johannes Franck, ‘Beiträge zur Niederländischen Grammatik.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
G. Geerts, ‘Op z'n plaats’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
G. Geerts, ‘De verspreiding van het algemeen Nederlands in West-Vlaanderen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
W.P. Gerritsen, ‘Het pronomen Jeij in het Liedboekje van Marigen Remen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Jac. van Ginneken, ‘Het gesprek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Jac. van Ginneken, ‘De kataloog van een taalmuseum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Jac. van Ginneken, ‘Een proeve van nederlandsche spraakkunst. De tijden van het werkwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Jac. van Ginneken, ‘De nieuwe Nederlandsche spraakkunst en het buitenland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Jac. van Ginneken en G.S. Overdiep, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6 en 7]’, ‘De voornaamwoordelijke aanwijzing en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
W. Govaart en M.H. van de Ven, ‘Nogmaals: ‘de’ vóór eigennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Dirk de Groot, ‘De vier eerste.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.P. Guépin, De beschaving (1983)
D. Haagman, ‘Mignon.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Jacob Haantjes en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
C.B. van Haeringen, ‘Friese elementen in het Hollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
C.B. van Haeringen, ‘Zang- en spraakles.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
C.B. van Haeringen, ‘‘Spelling pronunciations’ in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.B. van Haeringen, ‘‘Spelling Pronunciations’ in het Nederlands. (Vervolg van blz. 108).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter EightModern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Franciscaner, Benedictijner, Karmelieter.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Onze ‘uitspraak’ van het Middelnederlands. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Studeerkamer en laboratorium.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
C.B. van Haeringen, ‘Houwen ‘gemeenzaam’, houden (hyper)correct’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
C.B. van Haeringen, ‘Onbehouden’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Walter Haeseryn, ‘Nieuwe media’, ‘De elektronische ANS: mogelijkheden en beperkingen Walter Haeseryn’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
Reinhilde Haest, ‘Betekenis van de comparatief’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
J.A. vor der Hake, ‘Is de beleefdheidsvorm U 'n verbastering van UEd.?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
J.A. vor der Hake, ‘Kwasi-eenvoud in taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Anton Gerard van Hamel, ‘Fransche spraakkunst.’ In: De Gids. Jaargang 1901 (1901)
Anton Gerard van Hamel, ‘Fransche spraakkunst.’ In: De Gids. Jaargang 1901 (1901)
K.H. Heeroma, ‘De beleefdheidsvorm u omstreeks 1800.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
K.H. Heeroma, ‘Elkaar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
K.H. Heeroma, ‘De telwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
J. Heinsius, ‘Zwemmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de Nedl. scherpkorte en zachtkorte o.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
H.M. Hermkens, Verzorgd Nederlands (1966)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘De woorden op loos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
D.C. Hesseling, ‘Purisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
D.C. Hesseling, ‘Een eigenaardige vorm van liefkozing.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
D.C. Hesseling, ‘Nog eens die als lidwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
D.C. Hesseling, ‘Uit den treure.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie (1581)
Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands (1983)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
J.M. van der Horst, ‘De toekomst van ...’, ‘Over de toekomst van het lezen Joop van der Horst (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001)
J.L. Horsten, ‘Aantekeningen bij Pluim's Nederlandse Spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels (1971)
W.M.H. Hummelen, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, F. de Tollenaere, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
A. Jacob-Bekaert, ‘Levende ‘zeispreuken’ in Nederland?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Iets over den uitgang ig.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Uitweiden of uitwijden?’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Arie de Jager, ‘Dr. J.H. Halbertsma en de Nederlandsche spelling.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Arie de Jager, ‘Eenige der nieuwste spelveranderingen getoetst door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Th. de Jager, ‘Het ‘Brabantse’ de in Zuid-Holland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Elisabeth Jongejan, ‘Van Leeuwenhoek's brieven en de Nederlandse schrijftaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
G. Kalff, ‘Over spelling.’ In: De Gids. Jaargang 1892 (1892)
H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Over den oorsprong van het achtervoegsel aard.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.H. Kern, ‘Is de beleefdheidsvorm U een verbastering van U.E?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
J.H. Kern, ‘Nog iets over de beleefdheidsvorm U.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.G. Kloeke, ‘Oudhollandsche relicten met ‘U’-uitspraak voor Germ. Û.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
G.G. Kloeke, ‘Naschrift op ‘Haagse volkstaal uit de achttiende eeuw’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
G.G. Kloeke, ‘Over jullie en enige andere pronomina.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
G.G. Kloeke, ‘Doubletten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
G.G. Kloeke, ‘Beschaafdentaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
A. Kluijver, ‘Over modaliteit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
R.A. Kollewijn, ‘Uit de spelling.Fragmenten van een lezing.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Over taalfouten en noch wat.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
R.A. Kollewijn, ‘Vereenvoudigde spelling.(Naar aanleiding van het artiekel van Dr. Detmers).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
R.A. Kollewijn, ‘Invloed van de Latijnse spraakkunst.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
R.A. Kollewijn, ‘Woordgeslachtsmoeilikheden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
K. Kooiman, ‘Ik heb geweest, ik ben geweest.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
K. Kooiman, ‘Zuidhollands ‘hoordiede’, ‘lachtiede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Jan Koopmans, ‘‘Zuiver’ schrijven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Jan Koopmans, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
W. Kramer, ‘Stilistiek III. Herbert Seidler, Allgememe Stilistik Göttingen 1953.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
Enoch Krook, Etsko Kruisinga en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Etsko Kruisinga, ‘De verwaarlozing van de klankleer in de Nederlandse Spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Etsko Kruisinga, ‘Beschaafdentaal iets onnatuurliks?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Etsko Kruisinga, ‘Vokaal en konsonant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Etsko Kruisinga, ‘Tamboers der voorhoede?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Etsko Kruisinga, ‘Heeft het Nederlands een genitief meervoud?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Etsko Kruisinga, ‘X. Spreken en schrijven.’ In: Het Nederlands van nu (1938)
C. Kruyskamp, ‘Een onuitgegeven spraakkunst uit de 18de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
Reind Kuitert, ‘Zesendertig jaar spraakkunstonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Reind Kuitert, ‘Verliest de Nederlandse cultuurtaal streektaalschakering?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
J.E. van der Laan, ‘Abstrakt en konkreet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
Hendrik Martinus Labberté, ‘Eenige woorden over het gebruik van d'.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Jan Jacob Lambin, ‘Gebruik van vlaemsche woorden in oude fransche bescheeden.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
M.J. Langeveld, ‘De zogenaamde ‘tussenwerpsels’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
M.J. Langeveld, ‘Abstrakt en konkreet. (Enkele opmerrkingen).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
Karel Lodewijk Ledeganck, ‘Beslissing der Koninglyke Commissie wegens de geschilpunten in het schryven der Nederduitsche tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Conradus Leemans, ‘Het algemeen alphabet.’ In: De Gids. Jaargang 1855 (1855)
Conradus Leemans, ‘Het algemeen alphabet.’ In: De Gids. Jaargang 1855 (1855)
Hubert Lemeire, ‘Inleidend hoofdstuk.’, ‘A. Spelling en klank.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970)
W.W. van Lennep, ‘Eenige vragen betreffende de geslachten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst (1865)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘V. Verbuiging.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw)
H. Logeman, ‘Over etiemologiese spelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
H. Logeman, ‘De V en de W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
J. Mansion, C.G.N. de Vooys en Jan L. Walch, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Jan Messchert van Vollenhove, ‘Iets over ‘zuiver’ Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Hubert J. Michaël, ‘Over de zogenaamde letterwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
L.C. Michels, ‘Is bemedelijd een Germanisme?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
H.W.E. Moller, ‘Vondel's spelling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst (1706)
F. Mori-Leemhuis, Philippe Noble, Erich Püschel, B. Rajman, William Z. Shetter, Sulastin Sutrisno en Paul Vincent, ‘Ochtendzitting dinsdag, 31 augustus 1982’, ‘Forumgesprek met discussie over ‘inhoud en vorm van de Neerlandistiek buiten België en Nederland’.’ In: Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
A.J.M. Mulder, ‘Spelling en kultuur’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
J.W. Muller, ‘De Taalvormen van Reinaert I en II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
J.W. Muller, ‘Fragment eener zestiendeeuwsche Nederlandsche spraakkunst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J.W. Muller, ‘Nogmaals de beleefdheidsvorm U.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
J. Naarding, ‘Afwijkende constructies.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
G.A. Nauta, ‘Nog iets over ‘een’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
D.B. van Nisius, ‘Uitvergroten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
G.S. Overdiep, ‘Een opmerking over het Nederlandsche perfectum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 1]’, ‘Spelling en verbuiging in ‘Onze Taaltuin’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘De taal van gansch het volk ....’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Volkstaal en algemeene tall’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
P.C. Paardekooper, ‘U en ue.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
J.L. Pauwels, ‘Taalkundige kroniek over spraakkunst door Dr J.L. Pauwels’ In: Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1945 (1945)
C.W. van der Pot, ‘Nogmaals: het gebruik van vreemde woorden.’ In: Neerlandia. Jaargang 8 (1904)
Frans de Potter, ‘Spelling der aardrijkskundige namen.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Over ‘Taal en Spelling’ bij Multatuli.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Anton Reichling, ‘Enkele notities bij de syntakties-stylistiese methode. I.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
Anton Reichling, ‘Enkele notities bij de syntakties-stylistiese methode. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
W.N. de Rieu, ‘Eene vertaling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
W.N. de Rieu, ‘Eene vertaling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk VIVoornaamwoordelijke aanduiding en spelling’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)
Edward Rombauts, ‘Richard Verstegen over versmaat en taalzuivering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
J.J. de Rooij, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
J.J. le Roux, ‘Het lidwoord ‘die’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Gerlach Royen, ‘Nogmaals de nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Gerlach Royen, ‘Haar-kultuur.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
Gerlach Royen, ‘Vervanging en aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
Gerlach Royen, ‘Seksualizering en seksualitis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
Gerlach Royen, ‘Aanwas van hij C.S.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
Gerlach Royen, ‘Kongruentie en bijgedachte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
Gerlach Royen, ‘Spraakkunstige sprongen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Gerlach Royen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Gerlach Royen, ‘De waarnemend sekretaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Gerlach Royen, ‘Taaie onregelmatigheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Gerlach Royen, ‘Verbale grilligheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
Gerlach Royen, ‘Het gestolte(n) vet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Gerlach Royen, ‘Eldorado: dorado.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Gerlach Royen, ‘Aanschouwelijkheidsdrang bij voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Gerlach Royen, ‘De komma-bacil.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
Gerlach Royen, ‘Typistes en typisten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
Gerlach Royen, ‘Ter nader onderzoek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
Gerlach Royen, ‘Kruisinga als troef.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
Els Ruijsendaal, Letterkonst (1991)
Maurits Sabbe, ‘Een en ander uit den taalstrijd in Zuid-Nederland tusschen 1815 en 1830 door Dr. Maurits Sabbe’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1936 (1936)
J.J. Salverda de Grave, ‘Spreektaal en schrijftaal in Frankrijk.Vergelijking van hun Zinsbouw.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904)
J.J. Salverda de Grave, ‘Spellingkwesties in Frankrijk en Italië.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
J.J. Salverda de Grave, ‘Een ‘kleine zuiveraar’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
J.J. Salverda de Grave, ‘Het onderwijs der Franse spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
J.J. Salverda de Grave, ‘De Nederlandse meervoudsvorm op -S.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J.J. Salverda de Grave, ‘Vereenvoudigingsargumenten van vóór honderdzestig jaar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
J.B. Schepers, ‘Een schrijftaal?[Met Naschrift.]’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
M. Schönfeld, ‘De grammatika op de middelbare school’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
M. Schönfeld, ‘Iets over het woordaksent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
Jacob van der Schuere, Nederduytsche spellinge (1612)
H. Sermon, ‘Snippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Ph.J. Simons, ‘Is 't zwaktonige die een aanwijzend of een persoonlik voornaamwoord?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Ph.J. Simons, ‘Twee opstellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Ph.J. Simons, ‘Over enige faktoren bij de sexe-aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Ph.J. Simons, ‘Bedrieglike elementen in ‘onze schoone moedertaal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Leo Simons en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Ph.J. Simons, ‘Graduering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Ph.J. Simons, ‘Stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Ph.J. Simons, ‘Taalevolutie en patriotisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Ph.J. Simons, ‘Grote stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Ph.J. Simons, ‘Van Deysel en wij over schone plastiek in de woordvorming’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
Ph.J. Simons, ‘Gevoelswaarde en grammatica.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Ph.J. Simons, ‘Over onze leus. Proeve van existentiële taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Ph.J. Simons, ‘Over onze leus. Proeve van existentiële taalkunde. (Vervolg van blz. 83).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Ph.J. Simons, ‘Wat na de revolutie?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Gilbert A. R. de Smet, ‘De evolutie van de Limburgse ambtelijke schrijftaal na Woeringen door G. de Smet’, ‘Teksten - materiaal’ In: Woeringen en de oriëntatie van het Maasland (1988)
W.H. Staverman, ‘De bevoegdheid der Nederlandse kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
G. van Stolk, ‘Barbarismen.’ In: Neerlandia. Jaargang 8 (1904)
H. van Strien, ‘Hasselbach's ‘Nederlandsche-spraakkunst’ principiëel beoordeeld.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
Garmt Stuiveling, ‘Losse notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
C.F.P. Stutterheim, ‘Het begrip ‘modaliteit’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleervan 't beschaafde Nederlands.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995)
[tijdschrift] Gids, De, ‘De Nederlandsche spelling.’ In: De Gids. Jaargang 1862 (1862)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Multatuli over spelling, taal en taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Staring over spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog iets over tante Betje.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Taalverarming?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Is het algemeen beschaafd armoedig?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Aankondigingen en mededelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog eens: de algemeen secretaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een praedicatieve bepaling bij een datief?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De syntactische valentie van het’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Buigingsvormen van bijvoeglijke naamwoorden’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vragen en antwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Over Antoni van Leeuwenhoeks taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Hoe loopt het met onze spelling af?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Sprokkel.Zuiverheid van taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘F en T.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands.De spelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Over algemene spreektaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Beknopte spraakkunst van 't beschaafde Nederlands.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Een taalkundig zondenregister.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘EEN TAALKUNDIG ZONDENREGISTER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘EEN DEVENTERSCH HOOGLEERAAR EN EEN DEVENTER KOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Deventersch en Deventer.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Een Deventersch hoogleeraar en een Deventer koek.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DEVENTERSCH EN DEVENTER.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
D.C. Tinbergen, ‘Enkele opmerkingen over het gebruik van ie, die, enz..’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
D.C. Tinbergen, ‘De ‘Twe-spraack vande Nederduitsche Letterkunst’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
M.C. van den Toorn, ‘1. Traditionele zinsontleding’ In: Nederlandse grammatica (1973)
M.C. van den Toorn en J.A.M. Vermaas, ‘M.C. van den Toorn - Ja. A.M. VermaasVeranderingen in de aansprekingen van de ouders’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988)
E.J.J. Bachigaloupi Tourniaire, ‘Maarten C. van den ToornKloeke en het normendebat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 201).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
K. Veenenbos, ‘Iets over vergelijkingen in de taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen (1956)
M.H. van de Ven, ‘Een eigenaardig gebruik van het lidwoord ‘de’ in het Brabants.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
M.H. van de Ven, ‘Nog iets over het Brabantse de.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
J. Verdam en Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
A.A. Verdenius, ‘Congruerende imperatieven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
A.A. Verdenius, ‘.... Doen te weten:’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
A.A. Verdenius, ‘Iemand aanhouden (door vriendelijke ontvangst aan zijn huis binden).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
A.A. Verdenius, ‘Een onveranderlijk relatief dat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
A.A. Verdenius, ‘Interjecties op drift.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
A.A. Verdenius, ‘De lidwoordsvorm den (d'n) in het hedendaags Fries.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Verdenius, ‘Een opmerkelijk gebruik van het bijvoegelijke ander.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Verdenius, ‘Over het voornaamwoord jullie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.J. Vervoorn, ‘III. Hoofdletters, Leestekens, Aaneenschrijven’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977)
Roel Vismans, ‘Ervaringen met de ANS Roel Vismans’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
Peter Jozef Visschers, ‘Merkwaerdige toetreding tot het taelstelsel der Koninklyke Commissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
S. Vissering, ‘Aan den heer profr. J. van Vloten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘De infinitieven op yen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J. van Vloten, ‘Aan prof. S. Vissering.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J. van Vloten, ‘Je of jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
C.G.N. de Vooys, ‘Kanttekeningen Bij Den Hertog's Nederlandse Spraakkunst. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘Kanttekeningen bij Den Hertog's Nederlandse Spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘‘Buigings-uitgangen mogen niet verwaarloosd worden.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘Synoniemen-behandeling bij het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Het achtervoegsel -ziek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen? (Vervolg van blz. 96).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Kritiek van de gangbare synoniemenbehandeling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Kritiek van de gangbare synoniemen-behandeling. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Misverstand.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
C.G.N. de Vooys, ‘De behandeling van ‘figuurlike taal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
C.G.N. de Vooys, ‘Wanbegrippen omtrent taal en spelling bij letterkundigen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
C.G.N. de Vooys, ‘Tekstverknoeiing in de ‘Sara Burgerhart’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’. (Vervolg van blz. 14).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit de jeugd van onze spraakkunst(vervolg van blz. 221).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit de jeugd van onze spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
C.G.N. de Vooys, ‘Pontus de Heuiter, een taal- en spelling-hervormer uit de zestiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over Nederlandse aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit en over oude spraakkunsten.(Vervolg van XIV blz. 147).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.G.N. de Vooys, ‘Een nieuwe regeling van het grammaties woordgeslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘Achttiende-eeuwse spraakkunstbeschouwing.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘De taalbeschouwing van Lambert ten Kate.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
C.G.N. de Vooys, ‘Een regeling van het grammaties geslacht in verband met de sexe?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
C.G.N. de Vooys, ‘Duitse invloed op Nederlands purisme omstreeks 1800.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
C.G.N. de Vooys, ‘Nog een achttiende-eeuwse ‘Vlaemsche spraekkonst’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe Nederlandse spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘Van Ginneken's pleidooi voor een onveranderlike ‘schrijftaal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
C.G.N. de Vooys, ‘De zogenaamde ‘tussenwerpsels’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk II Het Middelnederlands sedert de overlevering uit schriftelijke bronnen’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IX De ontwikkeling in Noordnederland sedert pl.m. 1885’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘De taalbeschouwing van Siegenbeek-Weiland en van Bilderdijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘De buigings-n als een steun voor het taalinzicht en het spraakkunst-onderwijs?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Drukken de lidwoorden ‘de’ en ‘het’ waardering uit?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
C.G.N. de Vooys, ‘Een dilettantiese taalzuiveraar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
C.G.N. de Vooys, ‘Vrij = zeer?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.G.N. de Vooys, ‘Stijlontaarding door afschaffing van de buigings-n?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.G.N. de Vooys, ‘Taalbederf door de school van Kollewijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Opmerkingen over theorie en praktijk van interpunctie. (Vervolg van blz. 258).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘Opmerkingen over theorie en praktijk van interpunctie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘Een achttiende-eeuwse latinist over spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘Familiaar-beschaafd gesproken Hollands uit het midden van de achttiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘De naamvals-n in taalkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit de geschiedenis van de Nederlandse spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
C.G.N. de Vooys, ‘Een ‘Vlaemsche Spraekkonst’ uit het einde van de achttiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op het Nederlands.(Tweede nalezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
C.G.N. de Vooys, ‘Verschoppelingen in de Nederlandse woordvoorraad: substantieven op -name en -gave.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op de Nederlandse woordvoorraad Tweede aanvulling’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
C.G.N. de Vooys, ‘Boekentaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
W.L. de Vreese, ‘Een komma-kwestie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
S. de Vriendt, ‘Impliciete of expliciete grammatica prof.dr. S. de Vriendt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Matthias de Vries, ‘Het ware liberalisme in de Nederlandsche spraakkunst.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Matthias de Vries, ‘V. Leiden of Leyden? Mededeeling in de vergadering van 5 maart 1869, van M. de Vries.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1869 (1869)
Wobbe de Vries, ‘Abnormale spelling van goed in het Mnl., Mnd. en Ofri.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Taal- en spellingstrijd in Noorwegen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
Wobbe de Vries, ‘Kan bij onze collectiva het praedicaat meervoudig zijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Wobbe de Vries, ‘‘Vol’ met accusatief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Wobbe de Vries, ‘Eigenaardige gebruikswijzen van de praepositie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Wobbe de Vries, ‘Het meervoud op -S.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Wobbe de Vries, ‘Iets over grm. î en û te onzent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Enkele betwistbare mouilleringen, vooral jij, je.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.W. de Vries, ‘Opvattingen over het A.B.N. door dr. J.W. de Vries (RU Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)
P. Weiland, Nederduitsche spraakkunst (1805)
N. van Wijk, ‘Een ideale orthografie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
N. van Wijk, ‘Zoogenaamde d-epenthesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘Vocaalrekking vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘Zinsontleding en nieuwe spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel.Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824)
J.F. Willems, ‘Over de nieuwere vlaemsche spraekkunsten.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Voorrechten van het vlaemsch by de oude vlamingen en by de vlamingen der XIXe eeuw.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Over de geschilpunten ten aenzien van het schryven onzer tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Over het schryven van de of den als lidwoord in den eersten naemval van het mannelyk geslacht.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Nog iets ter verdediging der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.F. Willems, ‘Over het beoefenen der moedertael, aenspraek gedaen door F.L. Michiels,’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.F. Willems, ‘Een woord over de protestatien tegen de bovenstaende beslissing der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Roland Willemyns, Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
J. Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
J. Wils, ‘Nog een noodtoestand der Nederlandsche philologie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord vooroordeel.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het achtervoegsel aadje.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over het aantal naamvallen in het Nederlandsch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Over eenige woorden, die in onze taal onder twee vormen voorkomen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Gedachten over stijl en stijlleer.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over de spelling van eenige woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over de verkleinwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Iets over de spelling van het woord steigeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘De verlenging der heldere a in gesloten lettergrepen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding en spelling van omtrent.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘Over de spelling met gt en cht.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘Over de zoogenaamde verdubbeling der ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENAAMDE VERDUBBELING DER CH.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Gerhard Worgt, ‘Het genus van deksel’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
C.A. Zaalberg, ‘Verhandelingen’, ‘Beraden taalijverdoor C.A. Zaalberg’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1964 (1964)