woorden (lexicografie)


monografieën

J.H. van Dale, Taalkundig handboekje, 1867
J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959
H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste, 1971
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten, 1906
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001
Nicoline van der Sijs, Het versierde woord, 1999
P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN, 1997
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands, 1976

artikelen


Woorden (lexicografie)

José van Aelst, Evert van den Berg, Lia van Gemert, Ingmar Koch, W. Pijnenburg, Karel Porteman, Toos Streng, Annemarie van Toorn en H.T.M. van Vliet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Herm. P.J. van Alfen, ‘Kloppen in de bijzondere beteekenis van Castrare.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
J.C. Arens, ‘J.C. ArensUit oude woordenboeken II’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
J.C. Arens, ‘J.C. ArensUit oude woordenboeken III’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
J.C. Arens, ‘J.C. ArensUit oude woordenboeken IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Peter Bakema, ‘Connotatieve labels in Nederlandse woordenboeken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Fragment van een vocabularius medegedeeld door A. Beets.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
I.J.M. van den Berg, ‘Scholastiek lexicon’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
H.L. Bezoen, ‘Naar aanleiding van Ndl. mok, mokken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
D.P. Blok, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adrianus Bogaers, ‘Bedenkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Adrianus Bogaers, ‘Bestemmen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
A.P. de Bont, J.B. Drewes, G.G. Kloeke, C. Kruyskamp en D. Kuijper Fzn., ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
R.J.G. de Bonth, Ronny Boogaart, Eep Francken, Lia van Gemert, Ton Harmsen, Jan Noordegraaf en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
R.J.G. de Bonth, Johan Koppenol, Olga van Marion en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.H. van den Bosch, R.A. Kollewijn en Tijs Terwey, ‘Woordverklaring.Over ‘laten’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
R. Breugelmans, G.R.W. Dibbets, L.F. van Driel en Clazien Verheul, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
C.C. de Bruin, G.A. van Es, C. Kruyskamp en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
P.J. Buijnsters, Jacoba M.C. Kroesen, C. Kruyskamp, P.J. Meertens en W.P. Pos, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
T.H. Buser, ‘Proeven van woordverklaring.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Fons van Buuren, C. de Deugd, Soetje Oppenhuis de Jong en Tanneke Schoonheim, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
W.J.M. van Calcar, ‘Over waarden en normen in een woordenboek’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
Frans Claes, ‘Ontwikkeling van de Nederlandse lexicografie tot 1600’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
Frans Claes, ‘Het woordenboek van Martin Binnart’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
Frans Claes, ‘Nederlandse benamingen van woordenlijsten en woordenboeken tot 1600’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
Frans Claes, ‘Vetus-woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Frans Claes, ‘Frans Claes S.J.Iets over de datering van de oudste vindplaatsen in Etymologische woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
Frans Claes, ‘Frans Claes S.J.Simon Stevin als bron voor Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995)
Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
Louis Cornelis, G.R.W. Dibbets, B.P.M. Dongelmans, J.A. van Leuvensteijn en Geert Warnar, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
P.J. Cosijn, ‘Plukseldoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘Glossarium op de Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘De glossae Lipsianae.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Wêttu Irmingot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
F.M. Cowan, C. Kruyskamp en J.L. Pauwels, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
Jo Daan, ‘Taalkaarten buik en kuit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
J.H. van Dale, ‘Iets over de afleiding van het woord vierschaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J.H. van Dale, ‘Een biervlietenaar mag tweemaal zijn mes trekken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J.H. van Dale, ‘Aardsch- of aardsgezind?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Taalsnippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Willox. - ric.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘Antwoord op vraag 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, Taalkundig handboekje (1867)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Karina van Dalen-Oskam en Tanneke Schoonheim, ‘K.H. van Dalen-Oskam en T.H. SchoonheimHet Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200 - 1300)Namen en hun plaats in de woordenschat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Karina van Dalen-Oskam en Katrien Depuydt, ‘K.H. van Dalen-Oskam en K.A.C. DepuydtHet Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200-1300)Over betekenissen en meer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
J.J.M. van Dam, ‘Spaansche mat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
C.F.A. van Dam, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
M.R. Dijkman, ‘Kritiese beschouwingen over hedendaagse examenpraktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.B. Drewes, ‘Bijdrage tot een woordenboek van de rederijkerstaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J.B. Drewes en C. Kruyskamp, ‘Boekbesprekingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
H.J.E. Endepols, ‘Groenstraat-Bargoens.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichtsof La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en MaastrichtsofLa force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
Sybrandus Johannes Fockema Andreae, ‘Spreekwijzen en vormen aan het oude recht ontleend.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1898 (1898)
K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (ed. F.C.L. Bosman) (1943)
Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Johan Hendrik Gallée, ‘Saksische namen van planten en delfstoffen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
Johan Hendrik Gallée, ‘Uit de taalstudie.’ In: De Gids. Jaargang 1887 (1887)
Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Dirk Geeraerts, ‘Dirk GeeraertsOver woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebieden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
Dirk Geeraerts, ‘Dirk GeeraertsOver woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebiedenII’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 103 (1987)
G. Geerts, C. Kruyskamp, P.J. Meertens en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
Lia van Gemert, Ingrid Glorie, Nelleke Moser, Ewoud Sanders, Gea Schelhaas, Irene Spijker en Robert Stein, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Het Geldersche woord vlaas = poel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: mist’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6 en 7]’, ‘De voornaamwoordelijke aanwijzing en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘Willem Pée's groot boekOver de verkleinwoorden in de Nederlandsche dialecten.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘De tweede aflevering van onzen Nederlandschen Taalatlas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Leo Goemans, ‘Opmerking.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Goossens, C. Kruyskamp, J.J. Mak, Cornelis Schmidt, C. Soeteman, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
J. Goossens, Dommellandse woorden (1978)
J. Goossens, ‘De ambtelijke teksten van het Corpus-Gysseling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
J.P. Gumbert, ‘Een Nederlands woordenboek uit de 13e eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
Jacob Haantjes en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Een systematisch woordenboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Walter Haeseryn, ‘Nieuwe media’, ‘De elektronische ANS: mogelijkheden en beperkingen Walter Haeseryn’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
J.A. vor der Hake, ‘Behoeven en hoeven’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (1858-1862)
P.J. Harrebomée, ‘Tiental nederlandsche spreekwoorden,’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
M. van Hattum, Luc Korpel, P.G.J. van Sterkenburg en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
K.H. Heeroma, ‘Mnl. geëeut’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
K.H. Heeroma, ‘Rapzak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
K.H. Heeroma, ‘De plaats van de ij in het Nederlandse alfabet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
Hans Heestermans, ‘Verhandelingen’, ‘Definities in woordenboekenJaarrede door de voorzitter Dr. H. Heestermans’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1990 (1990)
Hans Heestermans, ‘Definities in woordenboeken’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 8 (1990)
J. Heinsius, ‘Een eigenaardig gebruik van het ww. komen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
G.L. van den Helm, De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.L. van den Helm, ‘Etymologische onderzoekingen’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de Nedl. scherpkorte en zachtkorte o.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
C. Henstra, ‘C. HenstraDe Breeveertien in de woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995)
A. van Herk, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J.D. Herlein, ‘Karaïbaansch woorden-boek.’ In: Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname (1718)
Armand Héroguel, Philippe Hiligsmann, W. Martin en M. Miceli, ‘Het project Leerwoordenboek zakelijk Nederlands Ph. Hiligsmann, M. Miceli, W. Martin, I. Maks en A. Héroguel’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
D.C. Hesseling, ‘De woorden op loos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
anoniem Het Brugsche Livre des Mestiers, Het Brugsche Livre des Mestiers en zijn navolgingen (ed. Jan Gessler) (1931)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
D.J. Huizinga, ‘Over de conditioneele voegwoorden ‘in’ en ‘ende’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Arie de Jager, ‘Moederziel alleen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘In hand gaan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Verweenthede.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Verklaring van een drietal zamengestelde woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Over de werkwoorden beenen en verbeenen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Arie de Jager, ‘Smeedde Bilderdijk ‘omwingerden’ of ‘omwingeren’?door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Aan 't werk!’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Boekbeoordeeling.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
C.G. Kaakebeen, ‘De term onecht in de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Daniël van Kalken, ‘Nalezing op de bijdrage’, ‘Tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G. Kazemier, C. Kruyskamp, F. de Tollenaere en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Eekkatte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
J.H. Kern, ‘Kleine mededeeling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
A. Kluijver, ‘Eene onuitgegeven lijst van woorden, afkomstig van zigeuners uit het midden der 16de eeuw.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1900 (1900)
A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Woordgeslachtsmoeilikheden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Agata Kowalska-Szubert, ‘Thematische woordenlijsten: hoe maak je die aan? Agata Kowalska (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001)
Agata Kowalska-Szubert, ‘Over potas, herbata en andere Nederlandse woorden in het PoolsAgata Kowalska-Szubert (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
C. Kruyskamp, ‘Banjer, banjerheer, banjaard’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
C. Kruyskamp, P.J. Meertens en P. Minderaa, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
C. Kruyskamp, ‘Huydecoper als lexicograaf’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
C. Kruyskamp, ‘Studentenhaver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen, J.M.J. Sicking en H. van de Waal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
C. Kruyskamp, ‘De begrenzing van het handwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
Willem Kuiper, ‘Een ‘groet scat’ in een ‘clein vat’’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 17 (1999)
K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P. Leendertz (jr.), ‘Een paar Middelnederlandsche bastaardwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
G.I. Lieftinck, ‘Bouwstoffen van het Middelnederlandsch woordenboek Addenda en corrigenda’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
G.I. Lieftinck, ‘Bouwstoffen van het Middelnederlandsch WoordenboekAddenda en corrigenda’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen V’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
H.J.J.M. van der Merwe, Patriot woordeboek: Afrikaans-Engels (1902)
H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste (1971)
R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (IV)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (V)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
L.C. Michels, ‘Das (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
L.C. Michels, ‘Stromp’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
L.C. Michels, ‘Orgaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
Fons Moerdijk, ‘A. MoerdijkHet belang van neologismen voor de lexicale semantiek, ‘kamerbreed’ geëtaleerd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Fons Moerdijk, ‘De wording van het Algemeen Nederlands Woordenboek Fons Moerdijk’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Molema, ‘Nederduitsche spreekwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.G.M. Moormann, ‘Bargoensch uit het midden der negentiende eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Glimp - glimpen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Sek, sekgras.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Eischen en bezwaren der wetenschap pelijke lexicographie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Borgen (Bredero, Moortje, 2937).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat (Naschrift op Dl. XX, 210).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Sprokkelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.A. Nauta, ‘Pottaart (Bredero, Moortje, 950).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Raduys.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Paardenbreedte(n).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
G.A. Nauta, ‘Pedel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
O. de Neve, ‘De Nederlandsche glossen van de Brusselsche ‘Olla patella’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
O. de Neve, ‘Aantekeningen over 16de - eeuwse lexicografie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
O. de Neve, ‘Over de plantnamen konfilje en konfilie de grein’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
A.M. van 't Oever, ‘Het Engelsch in de laatste afleveringen van het Middelnederlandsch woordenboek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
Johannes Onnekes, ‘Bijdrage tot de kennis van het Hunsingo-Groningsch dialekt.door J. Onnekes.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
A.C. Oudemans, ‘Terechtwijzing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.S. Overdiep, ‘Bladvulling’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jan Pan, ‘Sprokkels, verzameld door mr. J. Pan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
W. Pijnenburg en Tanneke Schoonheim, ‘W.J.J. Pijnenburg en T.H. SchoonheimHet Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200 - 1300)De geschiedenis van een project’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.A. van Praag, ‘Iets over oude, Spaansche woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Het Nederlands in woordenboeken voor de vreemde talen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904)
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten (1906)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Dolores Ross, ‘De polysemie in Italiaanse en Nederlandse structuren Dolores Ross’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
H. Ryckeboer, ‘De enquête Willems in Frans-Vlaanderen’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
A.M. Schaerlaekens, ‘4 De differentiatiefase(twee en een half - vijf jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
B. Scholten, ‘Tabak drinken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
P.C. Schoonees, ‘Kleine mededeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
C. Schouten-van Parreren, ‘Verslag van de werkbijeenkomst woordenschatuitbreiding mw.dr. C. Schouten-Van Parreren’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-Sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
H. Schultink, ‘De bouw van nieuwvormingen met her-’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
H. Sermon, ‘Snippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855)
C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855)
Nicoline van der Sijs, Het versierde woord (1999)
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Langs en op de rand van de zelfstandigheid. (De woorden zo c.s. en 't).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Marketa Skrlantová, ‘Hoe (on)bruikbaar zijn taalgidsen? Marketa Å krlantová’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
B.H. Slicher van Bath, ‘Nederlandsche woorden in Latijnsche oorkonden en registers tot 1250 (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
B.H. Slicher van Bath, ‘Nederlandsche woorden in Latijnsche oorkonden en registers tot 1250 (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Gilbert A. R. de Smet, ‘Invloed van Junius' Batavia op Kiliaans woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
Emiel Spanoghe, ‘In den nap liggen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Jacob Samuel Speyer, ‘Een paar woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Chr. Stapelkamp, ‘Lexicographische aantekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Chr. Stapelkamp, ‘Welle, wellen, wallen, walwort(el) waelwortel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Chr. Stapelkamp, ‘Lexicologische aantekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
Chr. Stapelkamp, ‘Veenderijtermen en enige andere woorden uit het Utrechtse polderland’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
P.G.J. van Sterkenburg, ‘Nederlandse lexicologie in stellingen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
P.G.J. van Sterkenburg, ‘Afdeling 2Lexicografie’, ‘7. De lexicografie in de middeleeuwenP.G.J. van Sterkenburg’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977)
P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN (1997)
F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Jan Stroop, ‘De terminologie van de handboogschutter’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Gasterij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Bolkvanger.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geheime rijkdommen van onzen woordenschat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 10]’, ‘De woordfrequentie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 9]’, ‘Noick, een zeventiende-eeuwsch woord uit Zuid-Limburg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Helsche koude.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Bijdrage tot de kennis van den Frieschen, voornamelijk Bildtschen, tongval.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Die eerst komt, eerst maalt of maant?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Anglosaxonica I.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Middelnederlandse woordgeografieTondalus' Visioen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Duynen (?)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Middelnederlands (op-)terven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Looc en derivaten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek op weg naar voltooiingTen geleide’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘A. MoerdijkHoe consistent, modern en beknopt is het WNT?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Proeve van een verklarend Nederduitsch woordenboek.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1864 (1864)
Lambert Tinholt, ‘Taal-bijzonderheden van het eiland Marken, ’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
F. de Tollenaere, ‘VerandzadenEen woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
F. de Tollenaere, ‘Nogmaals Verandzaden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
F. de Tollenaere, ‘Mnl. en Nndl. bâgen(i), bâgel(i), b(eh)âgen(i), verbâgen(i)enbāgen(ii), bāgel(ii), behāgen(ii), verbāgen(ii).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
F. de Tollenaere, ‘Handwoordenboek en dialect’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
F. de Tollenaere, ‘Problemen van het dialectwoordenboekTheorie en praktijk’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
F. de Tollenaere, ‘Problemen van het Nederlands etymologisch woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
F. de Tollenaere, ‘Nieuwe wegen in de lexikografie?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereEtymologica: het ontstaan van ‘spuigat’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereLexicographica:mnl. ghehuust ende ghehooft (1450)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 115 (1999)
M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
M.C. van den Toorn, ‘Leeswoordenboeken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J. Verdam, ‘Swellen door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
H.J. Verkuyl, ‘Hoe goed en hoe fout is Van Dale’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
H.J. Verkuyl, ‘Hoe goed en hoe fout is Van Dale?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
Linda Verstraten en Pyter Wagenaar, ‘Vaste verbindingen in corpora’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands (1976)
Eelco Verwijs, ‘Mennen met valen’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Eelco Verwijs, ‘Gemelijk,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien.door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtenddoor J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
S. Vissering, ‘Aan den heer profr. J. van Vloten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘Ceedse: chaise of siege?’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘Aan prof. S. Vissering.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J. van Vloten, ‘Een taalkundige misstap,door J. van Vloten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Vondel's Brabantse moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IX De ontwikkeling in Noordnederland sedert pl.m. 1885’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VII De Gids-tijd. Opkomst van de taalwetenschap (pl.m. 1835 - pl.m. 1885)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over oude woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.G.N. de Vooys, ‘West-Vlaamse woorden uit de zestiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
C.G.N. de Vooys, ‘De officiele Nederlands-Belgische woordenlijst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
W.L. de Vreese, ‘Kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Matthias de Vries, ‘Woordafleidingen,’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Matthias de Vries, ‘Quekenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)
Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
A.A. Weijnen, ‘De woorden voor melk en karnemelk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: mispel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
A.A. Weijnen, ‘Raggen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
A.A. Weijnen, ‘Structuren van Nederlandse voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
J.F. Willems, ‘Over de woorden:Antwoord, Antwoorden, Antwerden, tegenwoordig zyn, enz.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Gielerstael, of haeltael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
L.A. te Winkel, ‘Over de natuur der woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over eenige woorden, die in onze taal onder twee vormen voorkomen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord verwaarloozen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Scharminkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.A. Zaalberg, ‘Schoondochter ‘stiefdochter’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
C.A. Zaalberg, ‘Monster passeren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
Karel van der Zeijde, ‘Het Sliedrechtsch taaleigendoor K. van der Zijde.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)